Geavanceerde opties

Stel hier geavanceerde verbindingsopties voor een FTP-server in. Open dit venster met Geavanceerd in Verbind met FTP server of Bladwijzers organiseren.

Opties

Proxy server
Stel hier de proxy in als u die gebruikt om de FTP-server te bereiken, meestal op internet. Een proxy vormt de verbinding tussen intranet en internet. Kies Standaard voor de proxy-instellingen uit Configuratie/Standaardinstellingen, of Niet gebruikt als geen proxy nodig is. Met Toevoegen opent u Proxy Server Toevoegen. U kunt meerdere configuraties bewaren en later de gewenste kiezen.
Paneel doelmap
Als u hier een pad opgeeft, wordt dat na het verbinden in het inactieve doelpaneel geopend. Laat het leeg om die map niet te wijzigen. Kies met Bladeren een map via een selectievenster in plaats van het pad te typen. Het gekozen pad vervangt de huidige invoer.
Verbind met port
Geef de poort op waarop de FTP-server verbindingen afwacht. Meestal is dit de standaard FTP-poort 21.
Server type
Kies het servertype voor het parseren van tekstlijsten die van de FTP-server worden ontvangen. Kies Automatisch detecteren om de plugin het juiste servertype te laten bepalen. Zie Bestands- en mappenlijsten van FTP-servers ophalen voor meer informatie.
Bestandsoverdrachtmodus
Kies de modus voor bestandsoverdracht. Selecteer Standaard om de modus te gebruiken die is ingesteld bij Standaard bestandsoverdrachtmodus in Configuratie/Standaardinstellingen. Zie die optie ook voor meer informatie over overdrachtsmodi.
Opdracht voor lijstweergaven
Geef de opdracht op waarmee de tekstlijst van de huidige map bij de FTP-server moet worden opgevraagd. Het FTP-protocol biedt hiervoor twee opdrachten: LIST (standaard) en NLST (namenlijst). Sommige Unix-FTP-servers vereisen de optie "-a" na LIST om ook verborgen bestanden en mappen weer te geven.
Start FTP opdrachten
Mogelijk moet u bij elke verbinding aanvullende FTP-opdrachten naar de server sturen. Voer die opdrachten hier in, gescheiden door een puntkomma (bijvoorbeeld "CWD []; HELP"). Ze worden direct na een geslaagde aanmelding verzonden. Laat het invoervak leeg als u geen opdrachten wilt verzenden.
Houdt verbindingen actief (voorkomt dat de verbinding verbroken wordt wanneer er geen activiteit is)
Als dit vakje is ingeschakeld, probeert de FTP-client zijn verbindingen actief te houden. Als er langer dan de opgegeven tijd geen opdrachten of gegevens met de FTP-server worden uitgewisseld, verstuurt de client periodiek aanvullende opdrachten of voert hij aanvullende gegevensoverdrachten uit. Dit moet voorkomen dat de server de verbinding wegens inactiviteit of het uitblijven van gegevensoverdracht verbreekt (meestal na 5 of 10 minuten). Laat het vakje in de derde toestand staan om de standaardinstellingen te gebruiken (zie Houdt verbindingen actief in Configuratie/Standaardinstellingen). Schakel het vakje uit om deze functie uit te schakelen.

Kies bij een ingeschakeld vakje welke opdracht de verbinding actief houdt wanneer deze niet voor communicatie of gegevensoverdracht wordt gebruikt. NOOP en PWD dragen geen gegevens over. Als uw FTP-server verbindingen verbreekt omdat er geen gegevens worden overgedragen, gebruikt u NLST of LIST. We raden NLST aan omdat die opdracht minder gegevens overdraagt: alleen de bestandsnamen in de huidige map. Geef ook op hoe vaak de opdrachten moeten worden verzonden en wanneer dit moet stoppen.

Passieve overdrachtsmodus (kan helpen als u zich achter een firewall of proxy server bevindt)
Als dit vakje is ingeschakeld, worden gegevensverbindingen in passieve modus geopend: de FTP-client maakt verbinding met de opgegeven poort op de FTP-server. Als het vakje is uitgeschakeld, wordt actieve modus gebruikt: de server maakt verbinding met de opgegeven poort op de client. Actieve modus kan problemen geven als de client zich achter een firewall of proxyserver bevindt. Die kan de toegang tot de client blokkeren als hij het FTP-protocol niet ondersteunt. Enkele FTP-servers ondersteunen geen passieve modus; daarvoor moet u actieve modus gebruiken. Laat het vakje in de derde toestand staan om de standaardinstellingen te gebruiken (zie Passieve overdrachtsmodus in Configuratie/Standaardinstellingen).
Gebruik cache voor weergegeven bestanden en map- en bestandslijsten op de server (sneller bladeren)
Als dit vakje is ingeschakeld, worden alle bekeken bestanden en alle mappenlijsten (lijsten van bestanden en mappen) van de FTP-server gecachet. De plugin kan ze dan opnieuw gebruiken wanneer u ze nogmaals opvraagt. Eerder bezochte mappen worden daardoor sneller geopend en eerder bekeken bestanden sneller weergegeven. Een nadeel is dat lijsten en bestanden inmiddels gewijzigd kunnen zijn, waardoor de gecachete versie verouderd is. Gebruik Ververs om de cache voor de huidige map en alle submappen te wissen; alle bijbehorende lijsten en bekeken bestanden worden dan uit de cache verwijderd. Gecachete bestanden staan in de tijdelijke map. Lijsten worden in het geheugen gecachet. U kunt de grootte daarvan beperken; zie Maximum grootte voor geheugen cache in Configuratie/Geavanceerd. Laat het vakje in de derde toestand staan om de standaardinstellingen te gebruiken (zie Gebruik cache voor weergegeven bestanden en map- en bestandslijsten op de server in Configuratie/Standaardinstellingen). Schakel het vakje uit om geen cache te gebruiken.
Versleutel controle verbinding met TLS/SSL
Versleutel data verbindingen (bestands transfer en map lijst) met TLS/SSL
Het FTP-protocol gebruikt één besturingsverbinding voor opdrachten en aanmeldgegevens. Daarnaast zijn er verschillende gegevensverbindingen. Elke gegevensverbinding wordt voor precies één overdracht van een bestand of mappenlijst gebruikt, in een van beide richtingen.
De FTP-plugin ondersteunt beveiligde TLSv1/SSLv3-versleuteling met de opdracht AUTH TLS uit RFC 4217. Deze vorm heet soms FTPES, oftewel FTP met expliciete SSL, maar wordt doorgaans FTPS of FTP-SSL genoemd. Als de server dit ondersteunt (openbare servers doen dat meestal niet), kan de plugin de communicatie versleutelen. U kunt alleen de besturingsverbinding versleutelen om uw wachtwoord te verbergen, of ook de gegevensverbindingen om alles te verbergen. Deze twee selectievakjes zijn alleen beschikbaar op Windows 2000 en nieuwer, omdat oudere systemen FTPS niet ondersteunen. Versleuteling vereist de OpenSSL-bibliotheken, die nog niet bij de huidige Sally-builds worden meegeleverd. Als een van deze vakjes is ingeschakeld, stopt de verbinding met de melding dat de bibliotheken niet kunnen worden geladen.
Comprimeer gegevensoverdracht als de server compressie ondersteunt (MODE Z)
Als dit vakje is ingeschakeld, probeert de plugin alle gegevensoverdrachten te comprimeren: downloads, uploads en mappenlijsten van de server. Als de server geen compressie ondersteunt, verschijnt er geen foutmelding. U kunt controleren of compressie wordt gebruikt aan de hand van het resultaat van MODE Z aan het einde van het welkomstbericht, of door in het FTP-logboek naar MODE Z vlak voor SYST of de eerste PWD-opdracht te zoeken. Laat het vakje in de derde toestand staan om de standaardinstellingen te gebruiken (zie Comprimeer data transfers als de server dit ondersteunt (MODE Z) in Configuratie/Standaardinstellingen).
Maximaal aantal gelijktijdige verbindingen
Totale snelheids limiet voor deze server (KB/s)
Deze optie is gereserveerd voor een niet-geïmplementeerde functie. Het besturingselement is uitgeschakeld en ligt buiten het zichtbare paginagebied, zodat u het niet kunt wijzigen. De opgeslagen waarde heeft geen invloed op verbindingen.

Zie ook

Dialoogvenster Verbind met FTP server
Configuratie/Standaardinstellingen

From the Sally manual (GPL-2.0-or-later), © 1997-2023 Open Salamander Authors; © 2025-2026 Elias Bachaalany. Source: manual source (zip) · original page in the Sally repository